Heb je ooit een gevoel van welbehagen gehad, zittend achter je stuur met de koele ochtenddauw nog nagenietend achter je oren, vooruitkijkend door je lichtbeslagen raam waar je uitkijkt op iets wat zo omvangen is van schoonheid en elegantie, dat het je zonder na te denken doet besluiten om op de rem te trappen, met alle gevaren van dien?
Ik wel, toen ik op een prille zomerse zondagochtend over een landweggetje reed waar ik licht verblind raakte, door een straal van zonneschijn dat haar weg moeizaam tussen de elkaar innig omhelzende bomen had gevonden.
De zonnestraal daalde als een provisorische schijnwerper neer op iets wat mij als aan de grond genageld deed besluiten, om de wereld voor even stil te laten staan. Voor mij bestond er even niets anders dan die twee grote bruine ogen die recht in mijn verstijfde kijkers gevangen zaten. Mijn mond viel open van verbazing en even voelde ik een waas van geluk over mij heen kruipen, terwijl de tintelingen in mijn vingers bewezen dat het echt gebeurde.
Zojuist was een hert in vol ornaat het pad over gestoken en verlamd blijven staan, toen het de schaduw van die schaamteloze indringer ervaarde, die de rust op die zwoele zomerochtend kwam verstoren.
Ik voelde me een indringer maar tegelijkertijd gezegend met zoveel geluk dat ik dit wonderbaarlijke schepsel mocht aanschouwen. Vraag me niet waarom ik dit alles als zodanig ervaarde, want je zult het zelf moeten hebben meegemaakt om erover mee te kunnen praten.
Ik was verstomd en volmaakt gelukkig al duurde het moment niet langer dan een paar tellen.
Gelukkig heb ik later eenzelfde ervaring over en over mogen meemaken op de groene weides van plaatselijke voetbalclubs. In de vroege ochtendgloren van schaamteloze zondagen, zag ik mijn eigen hertje paraderen over de grassprieten die zwijgzaam neer bogen als het haar weides in vol ornaat betrad. Overgoten met elegantie in al haar bewegingen. Een toonbeeld van gratie.
Ik voelde het als een voorrecht om telkens weer naar dit repeterende schouwspel te mogen kijken.
Het was een speling van het lot dat ik in de buurt van dit alles mocht opereren. Als genieter van alles wat met schoonheid en elegantie op de heilige groene weides te maken heeft, gekoppeld aan een genadeloze manier van minachting voor de omgeving, kon ik wekelijks genieten van een opvoering dat grenst aan een opera van Verdi.
Net zoals ik deed op het moment wat ik ervaarde, op die zwoele zondagochtend, viel mijn mond wekelijks open van verbazing en blijdschap.
Ik was de uitverkorene, de beschermer die ervoor moest zorgen dat mijn hertje niets zou overkomen. Veldslagen heb ik gestreden en toornen van jaloezie heb ik over mij heen gekregen maar het deerde me allemaal niets. Ze was van mij en mij alleen.
Ik besliste over haar schreden en over de paden die ze bewandelde, niemand anders. Ze was mijn trots en toeverlaat. Mijn rots in de branding.
Als het even tegenzat stond zij op en rechtte haar rug. Iedereen maakte dan een pas op de plaats, vol van respect en nederigheid.
Mijn hertje was de koningin van het rood witte dierenrijk, gewoon omdat wij dat zo wilde. Ze was niet agressief en deelde al haar bezittingen. Ze was sociaal en medelevend. Gaf meer dan ze nam en liet iedereen meegenieten van al het schoon, wat de voetbalsport ons te bieden had.
Nooit meer zal een dier meer aanzien hebben gehad dan mijn hertje op de groene voetbalweides die wij als rood witters hebben betreden.