Soms heb je de behoefte om jezelf even terug te trekken uit de hectiek van hedendaagse belangen en ongewilde beslommeringen.
Zomaar een eindje weg van alles wat het leven boeiend maar tegelijkertijd zwaar en vervelend maakt.
Het liefste zou je oplossen in het geheel van een regenachtige façade die je onherkenbaar maakt voor de buitenwereld. Geen achterdochtige vragen of ongewilde bemoeienissen van mensen die zelf geen leven hebben of te bekrompen zijn om er een te creëren.
Op zon moment kan het je eigenlijk allemaal niet deren.
Je zou willen vertoeven op een onbewoond eiland met witte stranden en blauwe zeeën. Dansen op de muziek van inheemse culturen waarvan je de teksten niet kent maar die je laten zweven op een wolk van geluk.
Soms zou je willen verdwijnen zonder iemand te vertellen waar je bent.
Ergens in den vreemde in een hutje op de hei. Genietend van een tijdloos verblijf in de ban van de geneugten des levens. Waar tijd geen rol speelt en waar je gevoed word door de zin van het leven. Waar de kracht van het verdriet geen invloed heeft op een vreugdeloos bestaan.
Daar waar je moed put uit de vlucht van de maan.
Zonder weldaad en zonder drang.
Zonder zorgen en zonder dwang.
Waar het leven nog simpel is, ontdaan van haar grijns die de naakte waarheid onthuld van alles wat nog puur is.
Soms zit je te dromen en kijk je zomaar een eind weg in het duister waar je dat ziet wat je innerlijke zo bezig houd.
Dan zou je willen vluchten maar uiteindelijk ren je nooit hard genoeg. Het heeft namelijk geen zin.
Al je frustraties behangen met een gordel van angst zijn uiteindelijk je lot.
Men duwt het door je strot op het moment dat je denkt dat alles wel meevalt. Omdat het dan juist de impact heeft die het nodig heeft.
Het is namelijk de bedoeling dat we lijden om in te zien dat het eigenlijk allemaal wel meevalt.
De zon komt toch weer op of het nu bij de buren is, waar het gras altijd groener lijkt of juist in dat doodse kwartiertje met de deur op slot.