Parmantig stap ik door de opening van de deur. Een wolk van gassen bedwelmt me met de moed der wanhoop. Het is zon contrast. Een plaats waar je normaal gesproken het liefst niet bent. Daar stap je nu naar binnen op een tapijt van geluk. Ogen gaan mijn kant op. Ik ontwijk ze met een achteloos gebaar. Niet in staat om te genieten van al die bemoedigende blikken. De welgemeende woorden die schuilgaan achter een blijk van herkenning. Ik ben thuis. Zo voelt het tenminste. Als thuiskomen op een regenachtige dag. Lekker bij de kachel en dampende koffie. Langzaam loop ik naar voren, zo lang mogelijk genietend van het moment. Onderweg een knipoog of een ferme handdruk. Een opmerking ontbreekt niet op mijn weg naar de bar. Een arm over mijn schouder als een warme deken volgt al snel en mijn ogen vechten tegen de ontroering. Wat kan een mens zich nog meer wensen dan de dankbaarheid die uitgaat van de arm om je schouder. De brede glimlach op een dankbaar gezicht. Warme woorden die je gevoel completeren. Ik verwelkom mijn nieuwbakken familie als een goede vriend. Elke week opnieuw. De muzikale klanken wurgen me bijna met hun decibellen en de intonatie van alle aankomende talenten die waarschijnlijk allemaal en altijd aanstormend zullen blijven tot het moment dat niemand meer van hun hoort, verwelkomen mij op een manier die ik zowel aandoenlijk als overbodig vind. Het is niet mijn genre. Niet mijn stijl. Eigenlijk vind ik het helemaal niks maar als ik om me heen kijk en ik zie de genietende gezichten van nagenoeg alle aanwezigen, hoe kan ik dan afkeurend kijken in de richting van de speakers. Zonder dat ik het merk vliegen de woorden ook zachtjes over mijn lippen. Ik kan niet anders dan meegaan in een muzikale ouverture van goedbedoelde woorden en stiekem gejatte noten van hun meer gerespecteerde collega’s . Maar wat maakt het uit. Het enthousiasme en fanatisme klinkt uit alle woorden en iedereen absorbeert ze met een bedwelmende lach. Mijn zondag is weer compleet. Later ga ik naar huis nadat ik de nog aanwezige bezoekers innig omarm en de avondzon tegemoet treed met een verzadigde glimlach op mijn lippen. Ik ben een gelukkig mens als ik mijn stalen ros betreed en mijn geluk niet op kan in de wetenschap dat ik een warm en gezellig nest heb gevonden waarin ik mij prettig voel en mijn laatste dagen wil slijten. Een kroeg is maar een kroeg maar geen enkele kroeg is zo gezellig als de mensen om je heen.