Soms vraagt men wel eens aan mij; “waarom wordt je geen schrijver”? dan denk ik; wat doe ik dan? Ik bedoel. Ik moet iets geschreven hebben waar de vraag op gebaseerd is en misschien is het gene wat ik geschreven heb wel dusdanig dat mensen zich afvragen of het toonbaar is aan het grote publiek. Maar dan kom ik weer op het punt waar ik als tiener vele malen gestreden heb tegen de vooroordelen van de maatschappij met als doel mezelf te bewijzen binnen het gegeven wie ik nu eigenlijk ben. Zoals ik overkom of zoals men mij wil zien of zoals ik ben als ik me goed voel of juist als ik me klote voel. Ben ik zoals ik dat zelf graag zie of zoals ik wil dat anderen me zien of misschien toch zoals mijn ouders me geleerd hebben om te zijn. Ik heb het gevecht uiteindelijk bestreden door een compromis met mezelf te sluiten. Het doet er allemaal niet toe want uiteindelijk ben je zelf degene die bepaald wie of wat je bent. Ben je zelf verantwoordelijk voor al je beslissingen die bepalend zijn voor je gedrag. Dat alles gaat door mijn hoofd als ik de vraag krijg; “waarom wordt je geen schrijver”? Natuurlijk kan ik dat antwoord niet geven en natuurlijk kan ik mezelf er niet gemakkelijk vanaf maken door te zeggen; dat ben ik al of dat ben ik niet. Misschien zou het een optie zijn om te zeggen; ik zou het graag willen maar dat nodigt vervolgens uit om een lang gesprek aan te gaan met de nodige vragen die gebaseerd zijn op het waarom het er nooit van gekomen is. Ik heb dus maar voor een keer besloten om de werkelijke toedracht op te schrijven en eindelijk antwoord te geven op de bovenstaande vraag omdat ik het een eer vind als men de vraag stelt en eigenlijk nooit echt een antwoord geef. Dus aan alle geïnteresseerde mensen, want degene die niet geïnteresseerd zijn die kunnen nu rustig verder scrollen naar meer interessante onderwerpen. Ooit groeide ik op als verlegen ventje die leefde in een eigen wereldje. Ik spendeerde uren op mijn zolderkamer met mijn fantasie als ultieme speelkameraad die me altijd het gezelschap bood dat ik wenste en me altijd voorzag van de nodige verhaallijnen bij elk willekeurig speelgoed dat op dat moment voorhanden was. De verhalen die ik verzon paste zich aan naarmate de jaren verstreken en kregen het karakter dat paste bij de leeftijd van het moment. Ik was 10 en mijn verhalen gingen over jan en kees die op avontuur gingen of van alles beleefde, gebaseerd op een woord dat ik doorkreeg van iemand die op dat moment in de buurt was en mij voorzag van weer een verhaaltje van jan en kees. Alles schreef ik met mijn hanenpoten op in een geel schrift. Dat schrift ben ik uiteindelijk kwijtgeraakt en voor zover ik weet ligt het in het archief van mijn oude basisschool als het inmiddels niet op is gegaan in rook of, al dan niet bewust, verloren is gegaan door een of andere reorganisatie. Niettemin lag het daar waar het thuis hoorde. Later schreef ik verhalen over de precaire momenten in mijn leven die ik overgoot met een poëtische inslag waardoor de kern uiteindelijk vorm kreeg in een gedicht. Ik deed dat op een manier die voor iedereen prettig leesbaar was en waarbinnen meerdere mensen zichzelf herkende. Onze problemen zullen nooit uniek zijn, mensen. Misschien een tip voor degene die dit leest en denkt dat hij de enige is met een probleem waar hij of zij al tijden mee worstelt. Ik maakte mijn problemen kenbaar aan “de wereld” en kreeg indirect en onpersoonlijk antwoord en feedback van bijna iedereen en deed daar mijn voordeel mee. En passant werd ik uitgenodigd voor “de nacht van de poëzie” in Utrecht en vroeg men mij iets te schrijven voor een schrijfwedstrijd georganiseerd door de gemeente Helmond waarbij, zo bleek later, van tevoren reeds bekend was wie er ging winnen. Daar werd ik ook met mijn neus op de feiten gedrukt dat je als schrijver zo goed bent als je populair c.q. bekend bent. Ik had inmiddels twee bundels geschreven maar deze namen geen aftrek. Mijn bundels hadden waarschijnlijk beter verkocht als ik Toon Hermans had geheten. Mijn hoogtepunt beleefde ik op de middenstip van mijn geliefde stadion omringd door 30.000 voetbalvrienden. Mijn doel was bereikt want hoger zou ik niet reiken. Ondertussen ben ik bezig met een roman dat waarschijnlijk nooit af zal komen omdat ik geen druk ondervind van een literair agent die me op mijn vingers tikt als mijn deadline verstreken is. Het klinkt allemaal een beetje dramatisch maar dat is het absoluut niet. De blik in de ogen van mijn moeder toen ze mijn eerste bundel van me kreeg was onbetaalbaar. Het gevoel dat ik ondervond toen ik mijn gedicht voor mocht lezen in een vol stadion naast mijn grote idool zal ik nooit vergeten. De reacties die ik krijg als ik mijn blog weggeschreven heb en anderen deelgenoot maak van mijn woorden zijn veel meer waard dan de onbetekenende mensen die mijn boeken kopen in winkels die het geen bal interesseert wie ik ben, zolang mijn boeken maar verkopen. Dus lieve mensen. Ik dank jullie voor alle reacties die ik krijg en geloof me als ik zeg dat ik het zeer waardeer. Uiteindelijk ben ik een schrijver. Ik schrijf voor jullie.