Sereniteit
Laatst zag ik een film waarin een vraag werd gesteld wat de ultieme kerstgedachte is. Dat zette mij aan het denken.
Als ikzelf ga graven in mijn geheugen, dan kom ik maar tot één conclusie en dat is sereniteit. Sereniteit staat voor mij symbool voor de kerst.
Voor een paar dagen worden wapens neergelegd, liederen gezongen en borrels gedronken. Getoast op het verleden en gedronken op de toekomst.
En dan gaan bij mij de radertjes draaien. Dan dwaal ik zonder te weten waarom, af naar mijn jeugd. De onbezorgdheid die we toen niet beseften maar nu zoveel meer. De vrijheid die we hadden al leek het toen heel normaal.
Ik zie mijn kind vechten tegen de verveling met al zijn speelgoed om zich heen, terwijl ik in een flits mezelf zie spelen met de tinnen soldaatjes die ik zelf gesmeed had uit een doos met accessoires, gekregen van de Sint en aangevuld met het kasteel dat tijdens de kerst onder de boom lag.
Ik had niet meer nodig. Ze moesten mij van de zolder komen halen anders zagen ze me de hele dag niet meer. Ik had niemand nodig. Ik was alleen in mijn wereld met datgene wat ik had en dat was niet veel maar genoeg voor mij.
En kan ik de kinderen van deze tijd iets kwalijk nemen? Mijn antwoord is nee want ze zijn een product van de maatschappij.
Ik zie nu ook steeds meer in waarom rijke mensen nooit tevreden zijn met wat ze hebben of altijd bedroefd zijn. Onze kinderen zijn een equivalent van de rijkelui kinderen waar ik naar refereer. Ze hebben zoveel dat ze van gekkigheid niet weten waar ze mee moeten spelen.
Wij hadden weinig keus en dus was de beslissing om ergens mee te spelen gauw gemaakt.
Zet een autist in een snoepwinkel en laat hem kiezen. Dan zal hij geen keuze kunnen maken. Onze kinderen worden ook steeds meer autistisch hierin. Ze hebben veel te veel en dat geld ook voor ons.
We hebben zoveel dat we onze toevlucht zoeken naar social media en het praten over anderen, gewoon omdat we ons vervelen. Omdat we geen keuze kunnen maken in de dingen die we hebben.
Bovendien doet de regering en de maatschappij een aardige duit in het zakje. Ik leg mijn kind uit dat wij vroeger op straat speelden en het eerste wat hij zegt is “dat is gevaarlijk”. Logisch want dat is zijn beeld. Zodra hij de straat op gaat moet hij uitkijken voor alle auto’s die er rijden. Elke boerelul heeft tegenwoordig al een auto. Ik kan mijn moeder nooit bezoeken met de auto want parkeren is een sport. Hele gezinnen met twee of zelfs drie wagens voor de deur. Dus logisch dat er elk uur van de dag wel enkele auto’s voorbijkomen. Die ellende hadden wij in onze tijd niet. Daar zag je zelden een auto voorbijkomen.
Verder loop ik met de hond in de buurt en zie dat alle speelweides plaats hebben moeten maken voor kunst en andere zaken waar gewoonweg niet mee te spelen valt. Wij hadden een eindje verderop een mooi speelveldje maar daar hebben ze alles weggehaald en van die palen in geplaatst. Het ziet er niet uit en voetballen gaat daar niet meer.
Naar de bossen hoef je ze ook niet meer te sturen want wat je daar allemaal ziet tegenwoordig, daar krijg je rode oortjes van of nachtmerries.
Taboes zijn er niet meer want mensen schromen niet om de liefde te bedrijven in het openbaar al loopt er nog zoveel volk rond. Ook lopen er allerlei louche figuren rond die de nachtmerries van elke vader en moeder tot een hel maken. En dan heb ik het nog niet eens over de rommel die er allemaal langs de kant ligt. Daar kan een kind toch niet spelen. Of ze lopen in de stront of ze zien iets interessant wat later rattenvergif blijkt te zijn. Er is geen sociaal toezicht meer. Iedereen heeft letterlijk schijt aan alles.
Ik kijk mijn zoontje aan en voel me een beetje bedroefd. De sereniteit die ik had, toen ik dacht aan mijn jeugd is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor melancholie.
We schelden op de buitenlanders omdat ze onze cultuur van ons afnemen maar ondertussen hebben we zelf onze cultuur om zeep geholpen.
Altijd weer denk ik aan het gouden kalf van Mozes omdat ik het voor mijn neus zie gebeuren!
Leave a Comment